25 december 2014

Fin del Mundo


Vrijdagnacht voeren we over het Beagle kanaal richting de eindbestemming van deze tocht, Ushuaia. Fin del Mundo, zoals het hier in de volksmond heet (of vooral binnen de toeristen industrie). Het einde van de wereld. Wat mij betreft bestaat het einde van de wereld niet.

Mijn eerste blik op Ushuaia, die in eerste instantie niet verder reikte dan de steiger, deed me namelijk helemaal niet denken aan het einde van de wereld.  Het deed me eerder denken aan het begin van een nieuwe wereld, het begin van nieuwe avonturen. De jachten die hier liggen zijn anders dan de jachten die je in Nederland ziet liggen, zelfs anders dan de jachten die je in Noorwegen ziet liggen. Ze zijn over het algemeen niet perse heel mooi, eerder robuust. Niet de mooiste meisjes uit de klas, maar wel degene die op zoek zijn naar wat ruiger weer, wat heftigere golven en die niet bang zijn voor Kaap Hoorn.
Dikke verstagingen en extra lange lijnen die op grote katrollen gerold zijn.  Schepen van staal, met een grote radar bovenop en genoeg antennes om alle mogelijke contact op de wijde zee te kunnen zoeken.
De afgelopen dagen hebben we keihard gewerkt. We zijn alle supermarkten afgestruind op zoek naar voorraden. Eten voor 15 man, voor 4 weken en zonder enig mogelijkheid om ergens ook maar een pakje boter aan te schaffen. De vriezer zit vol en meer groente kunnen we niet vers houden. Al het blikvoer is aangevuld, de champagne voor over 2 weken staat koud, de oliebollenmix is geïmporteerd en de kerstversiering hangt al. Alles gaat mee.
De afvoer pomp is gerepareerd, de zeilen hebben extra leuvers, de watertanks zijn weer vol en het beddengoed fris gewassen. Slechts vier 'drums' van 200 liter zijn over de steiger gerold en geleegd in de dieseltanks (gelukkig hadden we al in Punta Arenas getankt) want aan een bunkerstation doen ze hier niet. We zitten afgeladen vol, de kaarten liggen klaar, het kerstbrood is al gebakken (door de bakker, ik zal heel eerlijk zijn) en het dek geschrobd.
Maar wij zijn niet de enigen. Op de steiger is iedereen druk in de weer met tray-en bier, flessen water en andere aankopen voor wekenlang overleven op zee en de Antarctische wateren. We lenen van elkaar de waterslang en de dieselpomp, vertellen de nieuwste berichten over de ijssituatie in het zuiden en de mooiste ankerplekjes. Niemand zit stil. Het is een bijzonder gezicht en de sfeer die er hangt is een van saamhorigheid. We gaan allen dezelfde kant op. De één met vrienden, de ander met gasten maar allen richting het zuiden, richting de heftige Drake Passage die Argentinië van het Antarctisch schiereiland scheid. Die soms heel rustig en kalm is, maar vaker voorbijgaande schepen goed door elkaar schud. Gelukkig hebben we al een beetje geoefend op de vorige reis.

Wij zijn klaar voor de gasten én klaar voor vertrek. Bij ons kan niks meer misgaan. Ik gooi er nog een verhaal uit vlak voor vertrek en zal onderweg over mijn nieuwe avonturen schrijven. De Drake Passage gaan we trotseren, Kaap Hoorn zullen we ronden. De Anne Margaretha gaat aan haar 7e Antarctica avontuur beginnen, en ik aan mijn eerste.

Voor nu, fijne kerst en door naar mooie avonturen in het nieuwe jaar!


23 december 2014

sneeuw

Eén van de dingen waar ik echt heel erg gelukkig van kan worden is sneeuw. Dat gevoel dat je krijgt als je wakker wordt, de gordijnen open doet en dan ineens blijkt dat er een dikke laag witte dons over de wereld ligt. En ondertussen  dwarrelen er grote wollige vlokken neer die de witte donslaag blijven aanvullen. Misschien dat ik daarom ook zo graag die uitersten opzoek van de 'Noord'- en 'Zuidpool'. Waar kou en sneeuw geen uitzondering zijn, maar eerder regel.

Maar bij Antarctica zijn we nog niet, verre van, we varen op moment van schrijven door Vuurland in Zuid Amerika. En het is hier zomer. Nu had ik in mijn vorige schrijven al genoemd dat dit gebied bekend staat om zijn gure winden en natte gronden, en dat de korte broek echt niet mee had gehoeven. Iets waar ik in eerste instantie denkend aan 'Zuid-Amerika', 'zomer' en 'Vuurland' toch echt andere ideeën over had. Niets blijkt minder waar.

De afgelopen vijf dagen varen we vanaf Punta Arenas richting Ushuaia. Als echte ontdekkingsreizigers komen we in verlaten baaien en meren we af bij idyllische ankerplekken waar sporadisch iemand voet aan wal zet. Je komt hier echt niemand tegen en vraagt je soms af of in dat dicht begroeide bos waar geen doorkomen aan is, niet stiekem toch nog een Yanama indiaan verstopt zit die de tand des tijds (en des Europese invasies) doorstaan heeft. Hoe men hier reeds in de 16e eeuw zonder enig hulpmiddel zoals we die nu gewend zijn (kaart, GPS, dieptemeter, radar, weersvoorspelling (hoe onbetrouwbaar ook), marifoon, verwarming, Gore Tex) elke baai in kaart wist te brengen en (soms) ook nog heelhuids weer thuis kwam, is bijzonder te heten. 

Besneeuwde bergtoppen en dichtbegroeide bossen zijn de entourage van de fjorden waar we doorheen varen. Maar los van de imposante en heel bijzondere omgeving, heeft het de afgelopen dagen toch echt vooral geregend. En inderdaad, het kan ook heel erg hard waaien. Om de beurt staan we dik ingepakt achter het roer terwijl de regen en wind om ons heen slaan. Na een half uur kleumen in de natte kou, neemt een ander het over, en kan je even die natte jas uittrekken en een paar handschoenen ergens vandaan toveren die nog niet doorweekt zijn. Om een half uur later ook deze weer nat te laten regenen.

Gisteren gingen we voor anker op (wederom) een heel bijzondere plek. Om ons heen niks dan dicht gegroeid bos waar een diversiteit aan vogelgeluiden uit opstijgt. Maar al vrij snel is de boomgrens bereikt en rest niks dan kale bergtoppen. Tussen de bergtoppen aan de andere kant van de baai, die net even een tandje groter zijn, dwingen enorme gletsjers zich langs de flanken van de berg. Prachtig.

Wat nog mooier was, was het uitzicht van vanochtend... Ik werd wakker en liep naar de stuurhut een verdieping hoger waar je goed naar buiten kunt kijken. En ja hoor, dikke vlokken sneeuw dwarrelden naar beneden. Het dek was bedekt met een dikke laag wit goud en de bomen van het bos kleurden langzaam van groen naar wit. De wereld liet zich even van zijn beste kant zien... 
(heel even, want na een paar uur scheen de zon en leek het heel even of de zomer toch nog ging komen...)

15 december 2014

Het einde van de wereld schijnt heel koud te zijn


Ik zit nu ruim een week aan boord, ruim een week op zee. De zee deint, de wind blaast en wij staan geen moment stil. Alleen als je in je bed ligt kun je het even laten gaan en je door de golven heen en weer laten slingeren terwijl de muur aan de ene kant en je slingerlap aan de andere kant ervoor zorgen dat je niet uit je bed dondert.

Elke stap vereist concentratie, elke stap kan zomaar ineens de andere kant op vallen; de roaring 40's wordt het hier ook wel genoemd. Tussen de 40e en 50e breedtegraad langs de kustlijn van Argentinië alwaar sinds de 16e eeuw schepen nieuwe routes zoeken, waar de wind altijd een extra zetje vanuit het Andes gebergte krijgt en de golven genadeloos zijn.  Genadeloos omdat je nooit eens stil kan zitten. We duiken van meters hoog de golven in en deinzen net zo hard weer terug omhoog wanneer het boegwater de neus weer opstuwt.

Vanuit Punta del Este in Uruguay zetten we koers naar het zuidwesten, richting Vuurland en Patagonië in het zuidelijkste puntje van Zuid Amerika. De naam doet anders vermoeden, maar Vuurland schijnt een gure, natte en winderige plek te zijn. Die korte broek blijft voorlopig in mijn tas.
Voor de vele pioniers (de Spanjaard Magallanes in 1519 al!) die uit Europa kwamen gevaren zoekend naar nieuwe routes richting Nieuw-Oost Indië was het niet makkelijk een leefbare plek te vinden in dit gebied. Daarentegen zijn door hún komst de enige volkeren welke zich daar wel staande hielden, zoals de de Yamana's en de Selk'nam's, binnen enkele decennia volledig uitgestorven.

Maar de volhouder wint en hier en daar wisten de Spanjaarden, Engelsen, Portugezen, Hollanders en andere avonturiers toch een beschutte plek voor hun hutjes te vinden en een paar schapen over te brengen.
Het einde van de wereld.
De meest zuidelijk bewoonde plek op aarde, de plek waar slechts enkelen hun heil zoeken, het gebied waar wij naartoe op weg zijn; al een week lang, over de Atlantische Oceaan, langs de kust van Argentinië.

Het is een feest als er een grote groep dolfijnen (dusky dolphins en commerson's) met ons meezwemmen. Ze duikelen voor de boeg langs, maken salto's en zwemmen om en over elkaar heen. 
Stormvogels, albatrossen en Kaapse duiven zweven langs de verstaging en laten zich meevoeren door de thermiek. Ook een paar Magallanas pinguïns dobberden hier 40 mijl buiten de kust rond en een zeerob steekt nieuwsgierig zijn nek uit het water. Twee kraalogen bovenop een lange nek kijken ons na en je ziet 'm denken...

De nachten vind ik het allermooist. Wanneer de zon in zee zakt en de maan achter ons zijn opwachting maakt, de sterrenhemel langzaam zichtbaar wordt en de toplichten in de mast het lichtjesfestijn compleet maken.  Maar naarmate we zuidelijker trekken worden ze steeds korter en uiteindelijk zal de nacht zich niet meer laten zien.
Zo lang op zee, voor mij is het voor het eerst dat het langer dan 6 dagen duurt. En ik vind het best lang. Maar het leven aan boord is niet zoals het leven aan land en op de een of andere manier is het wel een fijn soort stilstaan wat er hier met je gebeurt. En dat terwijl we ondertussen echt op weg zijn.

Stilstaan. Stilstaan omdat je hier niks anders kan. hier zit iedereen een boekje te lezen, verhalen te schrijven, muziek te luisteren en heel veel slapen. Dit uiteraard tussen het wachtlopen (2x 4 uur in de 24 uur) door. Tijdens het wachtlopen staan we om de beurt achter het stuurwiel, houden we de wind in de gaten en noteren in het logboek de afgelegde mijlen en posities op de kaart. Dag in, dag uit.

Stilstaan terwijl je nooit stilstaat. Vandaag was de eerste dag dat de boot vrijwel de gehele dag 'plat' lag. Ineens kon er weer van alles zoals gewoon het trapje op lopen met in de ene hand een kop thee en de andere een boek.
Afgelopen nacht waren we dan ook flink door elkaar geschud toen een dikke wind van zich liet horen en ons het voordek opjoeg om alle riffen in de zeilen te steken en de stormfok op te zetten. Dat betekent zoveel als zo weinig mogelijk zeil opzetten; zeilpak aan, lifeline vast, en op de knietjes naar voren jezelf vastklampend aan de reling. De gewone fok laten zakken en de kleine (storm)fok erop zetten. En dat allemaal terwijl de golven over je heen slaan en het schip continu van de ene golf wordt afgesmeten en de volgende weer opstuitert. Heerlijk.
De hele avond en nacht stortte we van de ene golf de andere in en gierde de wind om onze oren. Met vlagen van windkracht 10 a 11 denderde de Anne Margaretha de nacht door, alsof t niks was. Machtig mooi om dan buiten aan het roer te staan en mee te deinen met het schip alsof je zelf op een surfboard staat en de grootste golven probeert te pakken. En dan ineens tussen dat enorme natuurgeweld een kleine zeehondje dat links van mij tussen de enorme golven van meters hoog de golven in en uit sprong als een jong puppie die een bal uit de lucht hapt.
Of nu de zon schijnt, de zee spiegelglad is of juist golven van 4 meter hoog, zo af en toe komt er vanuit de wereld onder ons ineens iemand boven water een kijkje nemen of met je meezwemmen.

De volgende ochtend bleek de stormfok alweer vervangen voor de gewone fok en was t alsof er niks gebeurt was. Wat ik eerder al noemde, het was een rustige dag op zee.  En nu liggen we te wachten voor de ingang van 'Estrecho de Magallanes' te wachten hangend met een dikke lijn achter een Argentijnse sleepboot die voor anker ligt.  We hebben stroom mee maar windkracht 10 tegen, en dat levert golven op die niet te doen zijn. Dus we hoeven even niks, en wachten rustig het weer af. Geen wacht, een klein glaasje wijn en een boekje in de hand. We staan weer even stil.





1 december 2014

Verkiezingen in Uruguay


Het aanmonsteren aan boord van de Anne Margaretha werd dit weekend heel even uitgesteld. Het plan was om linea recta vanuit het vliegveld in Buenos Aires, Argentinië, door te reizen naar Punta del Este, in Uruguay. Maar het liep even anders.

Daarentegen reed ik gisterenavond door de stad waar het leek alsof  Suarez nooit iemand gebeten had en Uruguay net het WK voetbal had gewonnen. Uit mijn raam stak een enorme vlag van dé politieke partij, Frente Amplio, van het land, op dit moment die ik enthousiast rond wapperde. Naast me reed Camilo luid toeterend door de straten en zijn zoontje op de achterbank zong Uruguaanse liedjes. Niet veel later liepen we tezamen met duizenden enthousiaste Uruguayen door de hoofdstraat van Montevideo. Muziek, warme worsten, alcohol en heel veel vlaggen, de nieuw gekozen president, Tabaré Vázquez, had een half uur eerder het volk toegesproken vanaf het plein.

Gezien mijn tas had besloten een dagje langer in Madrid te blijven, kon ook de Anne Margaretha haar trossen nog niet los gooien. Nu heb ik op een boot niet heel veel nodig, en is het hier een heerlijke 30 graden, maar een zeilpak en een paar thermokleren zijn naarmate we zuidelijker komen (en dichter in de buurt van Antarctica) toch zeer wenselijk, en dus bleef ik in Montevideo hangen om vanuit daar mijn tas terug te vorderen met hulp van Camilo.


En wanneer je bij iemand logeert wiens vader eind jaren '70 vijf jaar in de gevangenis heeft gezeten ten tijde van he dictatoriale bewind vanwege zijn politieke ideeën,  en zijn moeder toentertijd met haar 3 kleine kinderen het land is ontvlucht, dan snap je wel dat de huidige democratische verkiezingen belangrijk voor hem zijn. Ondanks dat ze hier verplicht zijn te stemmen, ziet hij het als een voorrecht dát hij kan stemmen.
En zo stond ik op zondag avond, geheel onverwachts mee te dansen op straat wapperend met een enorme vlag  En dat zonder dat ik me verdiept had in de standpunten van de betreffende partij...ik kwam hier nu eenmaal om te gaan zeilen. 

Maar als ik over een paar uur aan boord stap mét mijn eigen tas, en de Uruguyaanse autoriteiten hun roes hebben uitgeslapen na het feest van gister en ons willen uitklaren, dan zitten we voorlopig op zee en zetten we koers naar het zuiden.

14 november 2014

Foto's van de zeilreis deze zomer



KLIK HIER 
voor foto's van zomer 2014

Eindelijk staan ze online, na maanden van vaste grond onder de voeten en slechts enkele weken voordat er weer een nieuw avontuur gaat beginnen. Een selectie van de vele foto's die ik heb gemaakt tijdens de reis met de Anne Margaretha vanaf Spitsbergen via een rondje langs het westen van het land door naar het zuiden langs de kust van Noorwegen.
Terwijl de zomer op Spitsbergen langzaam zijn intocht deed zichtbaar in de fel gekleurde mossen, de kleine doch prachtige bloeiende flora en de vogels en beesten, was het groen op Noorwegen nog indrukwekkender; zelden zulke groene bossen gezien. We zeilden van minus 10 graden (op Spitsbergen) naar een veel te comfortabele 25 a 30 graden (de hittegolf in Noorwegen).

Over 2 weken ga ik weer op pad. Dit keer de andere kant van de aardbol, richting de zuidpool. Vanaf Uruguay zetten we (wederom met de Anne Margaretha) koers naar het zuiden om ook nog ff de zuidpool aan te tikken. Andere ijsformaties, geen ijsberen maar pinguins, nog meer walvissen, dolfijnen en ander machtig natuurgeweld.

check de site van Anne Margaretha

23 juli 2014

De zomer tegemoet

De berenjacht is voorbij, de gasten zijn van boord en in Longyearbyen zijn de voorraden zijn weer aangevuld. Tijdens het soppen van de boot was er zelfs nog ruimte om het museum te bezoeken en een biertje in de kroeg te drinken alvorens we met één extra maat (suus) en welgeteld één gast koers zetten naar het zuiden.

Het schip moet immers nog helemaal naar de andere kant van de wereld alwaar ik komende winter van de zuidelijke ijsschotsen in het water mag springen.Varend naar het zuiden kiezen we het ruime sop,maar niet voordat we nog een drietal dagen fjorden induiken en op zoek gaan naar beesten en mooie plekken.  We varen een heel ander Spitsbergen tegemoet. Op de terugweg vanuit het noorden kwam de lente al langzaam in beeld door de smeltende sneeuw en broedende vogels, maar nog zuidelijker komt zelfs de toendra onder de sneeuw vandaan.
We wandelen ineens niet meer door kniehoge sneeuw maar over groen/bruine velden waar paarse en gele bloemetjes een kleurrijk geheel creëren. Ik krijg dit keer geen natte schoenen van de sneeuw maar van het zompige mos welke zo extreem groen kleurt dat ik me af vraag of dat door de grijs witte omgeving komt of dat het groen hier gewoon echt groener is.

Ook door het groene gras kunnen beren lopen en dus blijft Heinz altijd in onze buurt met zijn geweer op de rug. Maar alleen oude berensporen van toen er nog sneeuw lag staan in de mossige toendra gedrukt, daar waar nu twee rendieren zich tegoed doen aan de net opgekomen kleurige bloemetjes.
Een dag later worden we omgeven door een groep bultrug walvissen en grijze vinvissen die zelfs tot vlak naast de boot zijn vis uit het water probeert  te happen. Nooit zoiets magisch gezien.
Na een bezoek aan een Pools onderzoeksstation in t zuiden van spitsbergen laten we het land echt los en beginnen de lange wachten op zee. 6 uur op, 6 uur af, 4 dagen lang. Dagen waarbij je je afvraagt waarom je  zeilen toch zo leuk vond als je klotsend op zee en rollend door de boot niets anders doet dan je bed in en uit duikt en je het idee hebt dat je net een uitputti
ngsslag hebt geleverd zonder te weten wanneer dat precies was. Buiten is het alleen maar bewolkt, je eigen eetlust is volledig verdwenen en die enkele gast die aan boord is wil juist alleen maar eten welke jij mag gaan koken.
Totdat de wolken openbreken, een paar dolfijnen om je heen springen en er land in zicht komt terwijl de wind in de zeilen staat en de motor uit is. Dan weet je precies wat er zo mooi is aan het zeilen en zijn alle gedachtes die neigden naar het negatieve volledig uit het geheugen gewist.
Na 4 dagen varen we de groene bergen van noord-Noorwegen tegemoet, we zien bomen en groene velden en daarmee een nieuwe wereld die we heel even vergeten waren.

14 juli 2014

Puinhopen van Longyearbyen

Zaterdagavond voor vertrek van de tweede reis kwam er een nieuwe maat aan boord, Suus. We zouden de dag erna vroeg vertrekken en ze had geen idee waar ze nu eigenlijk was. Die avond namen Sigrid en ik haar mee het dorp in (Longyearbyen dus). Wij vonden een snelle toeristische route via de voor ons inmiddels bekende plekken noodzakelijk om haar toch een beetje een indruk te geven van wat Spitsbergen nu is naast de gletsjers en natuurgeweldigheden die ze toch wel zou ervaren de dagen eropvolgend.


Wat een openbaring om met iemand door een plek te lopen die met compleet open ogen kijkt. Het zette alles even in een heel ander perspectief.
Ineens lagen we met de boot op een industrieterrein waar van alles maar aan de kant was gegooid. Er stonden alleen maar containers en overal lagen hopen zand en grind. De wegen waren stoffig en slechts een paar geasphalteerd en al die rioolbuizen die boven de grond liepen, dat zag er toch ook niet uit?
Eigenlijk vond Suus het één grote puinhoop, alsof het een groot bouwterrein betrof. Alleen de vrolijk gekleurde gele, rode, blauwe en groene huisjes, dat was dan wel weer gezellig.
Ach ja, 9 maanden per jaar ligt hier een dik pak sneeuw, zie je niks van de stoffige straten, zijn de rioolbuizen onzichtbaar en waan je je (denk ik) eerder in een skidorp waar de sneeuwscooters klaar staan voor een tripje de bergen in dan in een afgelegen stoffig dorp waar het belang niet ligt bij de geharkte tuinen en de gecultiveerde perkjes.

Dat van die rioolbuizen was me de eerste keer wel opgevallen, maar dat we met ons schip aan een industriehaven lagen, dat had ik zo nog niet gezien... Snel maar dat andere spitbergen verkennen met suus.

29 juni 2014

Arctiche avonturen














De eerste week door het prachtige Arctische landschap zit er op. De voldane gasten zijn van boord, het schip is weer helemaal aan kant, de onderbroekjes gewassen en ook het eerste wifi momentje hebben we achter de rug.


We zien de sneeuw hier langzaam verdwijnen en de ijzige kou waarmee ik  twee weken geleden aankwam maakt plaats voor bijna tropische temperaturen van rond de 10 graden.  De seizoenen duren hier maar kort en je ziet het landschap echt veranderen. Enkele paarse en gele bloemetjes kleuren heel voorzichtig de toendra die onder de sneeuw vandaan komt net als de oranje en felgroene mosjes op de stenen.

Hoog in het noorden lag er nog volop sneeuw en ijs en was het een ware arctische tocht. Wandelingen langs de kust werden bemoeilijkt door soppende schoenen en sneeuw die tot aan je middel reikte.  Maar de walrussen die op de langsdrijvende ijsplaten lagen te zonnen waren echt magisch om te zien. Na een rondje om deze gigantische beesten die je zelden iets anders zie doen dan veel liggen en beetje zwemmen, voeren we door om te kijken hoe ver we konden varen tot het pakijs ons zou beletten om door te varen.

Varende langs Smerenburg werd de eerste beer gespot door een van de gasten; twee ijsberen wandelden in de verte langs over de sneeuw. Helaas werden we ook nu weer door ijs en ondieptes tegengehouden en moesten we het doen met een blik door de verrekijker. Toch is het altijd een feest als deze koningen van de noordpool worden gespot.
Het feest was echter nog maar net begonnen want het was de 21e, de langste dag van het jaar en dan moet er traditiegewijs gezwommen worden. Dus op het moment dat we echt niet verder konden varen en we omgeven waren door pakijs en grote ijsplaten gooide Heinz (de kapitein) de dingy in t water en  stapten we van boord ('we', dat zijn de maten - de gasten lieten dit avontuur even aan zich voorbij gaan). Als ware ijsberen (of walrusjes, wat je wilt) plonsten we via een ijsplaatje het arctische water in. 



Zoals ik al zei was het feest pas net begonnen. Na onze frisse duik en op de weg terug richting het zuiden (we konden immers niet verder omhoog) zagen we weer een ijsbeer wandelen langs het water. Als een malle voeren we erachteraan tot de beer zich verstopte achter een baken.  Dit keer konden wel dichtebij konden komen, maar alsnog zagen we niks.  Uiteindelijk kon de beer de dode walrus die bij het water lag niet meer weestaan en kwam hij vanachter de oranje baken vandaan. Zo konden we alsnog mooie plaatjes schieten van de etende ijsbeer.

Hierna voeren we weer terug richting de prachtige Magdalenafjord waar we voor de tweede nacht voor anker gingen.  Met uitzicht op een prachtige gletsjer sloten we deze feestdag af  met een biertje in de volle avondzon.

De dagen erna zochten we verder naar ijsberen, walrussen, walvissen en papegaaiduikers. De ene ochtend zwom een bultrugwalvis met ons mee de fjord uit, de andere dag voeren we langs een kudde walrussen die ons verveeld aankeken terwijl om ons heen alken, zeekoeten, papegaaiduikers en stormvogels  vlogen.
Het dorpje Ny Alesund werd twee keer aangedaan. Een kleine vesting noordelijk van Longyearbyen (de ‘hoofdstad’ van Spitsbergen) vanuit waar eigenlijk alleen maar onderzoek wordt gedaan door diverse nationaliteiten. In het begin van de twintigste eeuw vertrok vanuit deze plek nog de eerste expeditie per zeppelin die over de noordpool voer onder leiding van de grote Noorse avonturier Roald Amundsen en nu wordt het gehele Noordpool gebied bestudeerd vanaf onder andere deze plek.. De eerste keer dat we er waren was het de enige dag in de week dat de kroeg open was, dus werd het een biertje in de kroeg. De tweede keer dat we in de haven aanmeerden zwom er een groep van rond de 40 beluga’s langs de haven.

Tegen de tijd dat we terug voeren richting het zuiden was onze lijst van natuurlijk wild goed gevuld. De wind daarentegen was ons minder gunstig gezind. Noordenwind op de heenweg, en zuidenwind op de weg terug naar het zuiden. De zon was er ook wel klaar mee en met flinke deining en golven die de boot flink tekeer lieten gaan probeerden we zo goed als het ging een koers te varen die de zeilen vulde met wind.

Op onze laatste ankerplek bij Farmhamna bevonden we ons wederom in een andere wereld. Een kleurrijke toendra waar kleine bloemetjes de zomer inluiden, rendieren zich tegoed deden aan het vers opgekomen groen en ganzen en andere vogels druk om ons heen vlogen om hun nesten te beschermen.

Op dit moment zijn we weer terug in Longyearbyen. De toeristen nemen de boel hier langzaam over en de mijnwerkers hebben bijna zomervakantie. Morgen varen wij weer met nieuwe mensen verder richting  het zuiden. Langs de fjorden van het Zuidelijke deel van Spitsbergen gaan we richting Bereneiland, alwaar hopelijk een nieuwe zwemsessie plaatsvind, en dan door naar Tromsø.
Tegen die tijd weer nieuwe verhalen.



15 juni 2014

Boven de Polen


We zijn er weer, snijdende wind, stralende zon en besneeuwde bergen. Je moet ervan houden en ik hou ervan.
De 2000 inwoners van longyearbyen zien sinds april eindelijk weer de volle zon en die laat zich voorlopig ook niet meer wegjagen. Eeuwige dagen heb je hier.
Het intrigeert me hoe de mensen hier wonen en leven. In de winter meters sneeuw en dagelijkse nachten, in de zomer de continue zon die de sterren doen verbleken. Als enige kleur zie je de groene mossen op de bergen, een sporadisch arctisch bloemetje, de pasteltinten huizen en de kleurrijke toeristen.



Vandaag komen weer nieuwe gasten aan boord en kunnen ook wij op zoek naar al het schoons wat Spitsbergen te bieden heeft. Over het water zoekend naar walrussen, minky whales, bultruggen, beluga's, poolvossen en natuurlijk de ijsberen.


De komende weken vaar ik mee met de Anne Margaretha, het schip waarmee ik al vele mooie plekken heb bezocht. We varen komendedoor Spitsbergen en via bereneiland weer richting Noorwegen.