29 juni 2014

Arctiche avonturen














De eerste week door het prachtige Arctische landschap zit er op. De voldane gasten zijn van boord, het schip is weer helemaal aan kant, de onderbroekjes gewassen en ook het eerste wifi momentje hebben we achter de rug.


We zien de sneeuw hier langzaam verdwijnen en de ijzige kou waarmee ik  twee weken geleden aankwam maakt plaats voor bijna tropische temperaturen van rond de 10 graden.  De seizoenen duren hier maar kort en je ziet het landschap echt veranderen. Enkele paarse en gele bloemetjes kleuren heel voorzichtig de toendra die onder de sneeuw vandaan komt net als de oranje en felgroene mosjes op de stenen.

Hoog in het noorden lag er nog volop sneeuw en ijs en was het een ware arctische tocht. Wandelingen langs de kust werden bemoeilijkt door soppende schoenen en sneeuw die tot aan je middel reikte.  Maar de walrussen die op de langsdrijvende ijsplaten lagen te zonnen waren echt magisch om te zien. Na een rondje om deze gigantische beesten die je zelden iets anders zie doen dan veel liggen en beetje zwemmen, voeren we door om te kijken hoe ver we konden varen tot het pakijs ons zou beletten om door te varen.

Varende langs Smerenburg werd de eerste beer gespot door een van de gasten; twee ijsberen wandelden in de verte langs over de sneeuw. Helaas werden we ook nu weer door ijs en ondieptes tegengehouden en moesten we het doen met een blik door de verrekijker. Toch is het altijd een feest als deze koningen van de noordpool worden gespot.
Het feest was echter nog maar net begonnen want het was de 21e, de langste dag van het jaar en dan moet er traditiegewijs gezwommen worden. Dus op het moment dat we echt niet verder konden varen en we omgeven waren door pakijs en grote ijsplaten gooide Heinz (de kapitein) de dingy in t water en  stapten we van boord ('we', dat zijn de maten - de gasten lieten dit avontuur even aan zich voorbij gaan). Als ware ijsberen (of walrusjes, wat je wilt) plonsten we via een ijsplaatje het arctische water in. 



Zoals ik al zei was het feest pas net begonnen. Na onze frisse duik en op de weg terug richting het zuiden (we konden immers niet verder omhoog) zagen we weer een ijsbeer wandelen langs het water. Als een malle voeren we erachteraan tot de beer zich verstopte achter een baken.  Dit keer konden wel dichtebij konden komen, maar alsnog zagen we niks.  Uiteindelijk kon de beer de dode walrus die bij het water lag niet meer weestaan en kwam hij vanachter de oranje baken vandaan. Zo konden we alsnog mooie plaatjes schieten van de etende ijsbeer.

Hierna voeren we weer terug richting de prachtige Magdalenafjord waar we voor de tweede nacht voor anker gingen.  Met uitzicht op een prachtige gletsjer sloten we deze feestdag af  met een biertje in de volle avondzon.

De dagen erna zochten we verder naar ijsberen, walrussen, walvissen en papegaaiduikers. De ene ochtend zwom een bultrugwalvis met ons mee de fjord uit, de andere dag voeren we langs een kudde walrussen die ons verveeld aankeken terwijl om ons heen alken, zeekoeten, papegaaiduikers en stormvogels  vlogen.
Het dorpje Ny Alesund werd twee keer aangedaan. Een kleine vesting noordelijk van Longyearbyen (de ‘hoofdstad’ van Spitsbergen) vanuit waar eigenlijk alleen maar onderzoek wordt gedaan door diverse nationaliteiten. In het begin van de twintigste eeuw vertrok vanuit deze plek nog de eerste expeditie per zeppelin die over de noordpool voer onder leiding van de grote Noorse avonturier Roald Amundsen en nu wordt het gehele Noordpool gebied bestudeerd vanaf onder andere deze plek.. De eerste keer dat we er waren was het de enige dag in de week dat de kroeg open was, dus werd het een biertje in de kroeg. De tweede keer dat we in de haven aanmeerden zwom er een groep van rond de 40 beluga’s langs de haven.

Tegen de tijd dat we terug voeren richting het zuiden was onze lijst van natuurlijk wild goed gevuld. De wind daarentegen was ons minder gunstig gezind. Noordenwind op de heenweg, en zuidenwind op de weg terug naar het zuiden. De zon was er ook wel klaar mee en met flinke deining en golven die de boot flink tekeer lieten gaan probeerden we zo goed als het ging een koers te varen die de zeilen vulde met wind.

Op onze laatste ankerplek bij Farmhamna bevonden we ons wederom in een andere wereld. Een kleurrijke toendra waar kleine bloemetjes de zomer inluiden, rendieren zich tegoed deden aan het vers opgekomen groen en ganzen en andere vogels druk om ons heen vlogen om hun nesten te beschermen.

Op dit moment zijn we weer terug in Longyearbyen. De toeristen nemen de boel hier langzaam over en de mijnwerkers hebben bijna zomervakantie. Morgen varen wij weer met nieuwe mensen verder richting  het zuiden. Langs de fjorden van het Zuidelijke deel van Spitsbergen gaan we richting Bereneiland, alwaar hopelijk een nieuwe zwemsessie plaatsvind, en dan door naar Tromsø.
Tegen die tijd weer nieuwe verhalen.



Geen opmerkingen: