23 juli 2014

De zomer tegemoet

De berenjacht is voorbij, de gasten zijn van boord en in Longyearbyen zijn de voorraden zijn weer aangevuld. Tijdens het soppen van de boot was er zelfs nog ruimte om het museum te bezoeken en een biertje in de kroeg te drinken alvorens we met één extra maat (suus) en welgeteld één gast koers zetten naar het zuiden.

Het schip moet immers nog helemaal naar de andere kant van de wereld alwaar ik komende winter van de zuidelijke ijsschotsen in het water mag springen.Varend naar het zuiden kiezen we het ruime sop,maar niet voordat we nog een drietal dagen fjorden induiken en op zoek gaan naar beesten en mooie plekken.  We varen een heel ander Spitsbergen tegemoet. Op de terugweg vanuit het noorden kwam de lente al langzaam in beeld door de smeltende sneeuw en broedende vogels, maar nog zuidelijker komt zelfs de toendra onder de sneeuw vandaan.
We wandelen ineens niet meer door kniehoge sneeuw maar over groen/bruine velden waar paarse en gele bloemetjes een kleurrijk geheel creëren. Ik krijg dit keer geen natte schoenen van de sneeuw maar van het zompige mos welke zo extreem groen kleurt dat ik me af vraag of dat door de grijs witte omgeving komt of dat het groen hier gewoon echt groener is.

Ook door het groene gras kunnen beren lopen en dus blijft Heinz altijd in onze buurt met zijn geweer op de rug. Maar alleen oude berensporen van toen er nog sneeuw lag staan in de mossige toendra gedrukt, daar waar nu twee rendieren zich tegoed doen aan de net opgekomen kleurige bloemetjes.
Een dag later worden we omgeven door een groep bultrug walvissen en grijze vinvissen die zelfs tot vlak naast de boot zijn vis uit het water probeert  te happen. Nooit zoiets magisch gezien.
Na een bezoek aan een Pools onderzoeksstation in t zuiden van spitsbergen laten we het land echt los en beginnen de lange wachten op zee. 6 uur op, 6 uur af, 4 dagen lang. Dagen waarbij je je afvraagt waarom je  zeilen toch zo leuk vond als je klotsend op zee en rollend door de boot niets anders doet dan je bed in en uit duikt en je het idee hebt dat je net een uitputti
ngsslag hebt geleverd zonder te weten wanneer dat precies was. Buiten is het alleen maar bewolkt, je eigen eetlust is volledig verdwenen en die enkele gast die aan boord is wil juist alleen maar eten welke jij mag gaan koken.
Totdat de wolken openbreken, een paar dolfijnen om je heen springen en er land in zicht komt terwijl de wind in de zeilen staat en de motor uit is. Dan weet je precies wat er zo mooi is aan het zeilen en zijn alle gedachtes die neigden naar het negatieve volledig uit het geheugen gewist.
Na 4 dagen varen we de groene bergen van noord-Noorwegen tegemoet, we zien bomen en groene velden en daarmee een nieuwe wereld die we heel even vergeten waren.

14 juli 2014

Puinhopen van Longyearbyen

Zaterdagavond voor vertrek van de tweede reis kwam er een nieuwe maat aan boord, Suus. We zouden de dag erna vroeg vertrekken en ze had geen idee waar ze nu eigenlijk was. Die avond namen Sigrid en ik haar mee het dorp in (Longyearbyen dus). Wij vonden een snelle toeristische route via de voor ons inmiddels bekende plekken noodzakelijk om haar toch een beetje een indruk te geven van wat Spitsbergen nu is naast de gletsjers en natuurgeweldigheden die ze toch wel zou ervaren de dagen eropvolgend.


Wat een openbaring om met iemand door een plek te lopen die met compleet open ogen kijkt. Het zette alles even in een heel ander perspectief.
Ineens lagen we met de boot op een industrieterrein waar van alles maar aan de kant was gegooid. Er stonden alleen maar containers en overal lagen hopen zand en grind. De wegen waren stoffig en slechts een paar geasphalteerd en al die rioolbuizen die boven de grond liepen, dat zag er toch ook niet uit?
Eigenlijk vond Suus het één grote puinhoop, alsof het een groot bouwterrein betrof. Alleen de vrolijk gekleurde gele, rode, blauwe en groene huisjes, dat was dan wel weer gezellig.
Ach ja, 9 maanden per jaar ligt hier een dik pak sneeuw, zie je niks van de stoffige straten, zijn de rioolbuizen onzichtbaar en waan je je (denk ik) eerder in een skidorp waar de sneeuwscooters klaar staan voor een tripje de bergen in dan in een afgelegen stoffig dorp waar het belang niet ligt bij de geharkte tuinen en de gecultiveerde perkjes.

Dat van die rioolbuizen was me de eerste keer wel opgevallen, maar dat we met ons schip aan een industriehaven lagen, dat had ik zo nog niet gezien... Snel maar dat andere spitbergen verkennen met suus.