15 december 2014

Het einde van de wereld schijnt heel koud te zijn


Ik zit nu ruim een week aan boord, ruim een week op zee. De zee deint, de wind blaast en wij staan geen moment stil. Alleen als je in je bed ligt kun je het even laten gaan en je door de golven heen en weer laten slingeren terwijl de muur aan de ene kant en je slingerlap aan de andere kant ervoor zorgen dat je niet uit je bed dondert.

Elke stap vereist concentratie, elke stap kan zomaar ineens de andere kant op vallen; de roaring 40's wordt het hier ook wel genoemd. Tussen de 40e en 50e breedtegraad langs de kustlijn van Argentinië alwaar sinds de 16e eeuw schepen nieuwe routes zoeken, waar de wind altijd een extra zetje vanuit het Andes gebergte krijgt en de golven genadeloos zijn.  Genadeloos omdat je nooit eens stil kan zitten. We duiken van meters hoog de golven in en deinzen net zo hard weer terug omhoog wanneer het boegwater de neus weer opstuwt.

Vanuit Punta del Este in Uruguay zetten we koers naar het zuidwesten, richting Vuurland en Patagonië in het zuidelijkste puntje van Zuid Amerika. De naam doet anders vermoeden, maar Vuurland schijnt een gure, natte en winderige plek te zijn. Die korte broek blijft voorlopig in mijn tas.
Voor de vele pioniers (de Spanjaard Magallanes in 1519 al!) die uit Europa kwamen gevaren zoekend naar nieuwe routes richting Nieuw-Oost Indië was het niet makkelijk een leefbare plek te vinden in dit gebied. Daarentegen zijn door hún komst de enige volkeren welke zich daar wel staande hielden, zoals de de Yamana's en de Selk'nam's, binnen enkele decennia volledig uitgestorven.

Maar de volhouder wint en hier en daar wisten de Spanjaarden, Engelsen, Portugezen, Hollanders en andere avonturiers toch een beschutte plek voor hun hutjes te vinden en een paar schapen over te brengen.
Het einde van de wereld.
De meest zuidelijk bewoonde plek op aarde, de plek waar slechts enkelen hun heil zoeken, het gebied waar wij naartoe op weg zijn; al een week lang, over de Atlantische Oceaan, langs de kust van Argentinië.

Het is een feest als er een grote groep dolfijnen (dusky dolphins en commerson's) met ons meezwemmen. Ze duikelen voor de boeg langs, maken salto's en zwemmen om en over elkaar heen. 
Stormvogels, albatrossen en Kaapse duiven zweven langs de verstaging en laten zich meevoeren door de thermiek. Ook een paar Magallanas pinguïns dobberden hier 40 mijl buiten de kust rond en een zeerob steekt nieuwsgierig zijn nek uit het water. Twee kraalogen bovenop een lange nek kijken ons na en je ziet 'm denken...

De nachten vind ik het allermooist. Wanneer de zon in zee zakt en de maan achter ons zijn opwachting maakt, de sterrenhemel langzaam zichtbaar wordt en de toplichten in de mast het lichtjesfestijn compleet maken.  Maar naarmate we zuidelijker trekken worden ze steeds korter en uiteindelijk zal de nacht zich niet meer laten zien.
Zo lang op zee, voor mij is het voor het eerst dat het langer dan 6 dagen duurt. En ik vind het best lang. Maar het leven aan boord is niet zoals het leven aan land en op de een of andere manier is het wel een fijn soort stilstaan wat er hier met je gebeurt. En dat terwijl we ondertussen echt op weg zijn.

Stilstaan. Stilstaan omdat je hier niks anders kan. hier zit iedereen een boekje te lezen, verhalen te schrijven, muziek te luisteren en heel veel slapen. Dit uiteraard tussen het wachtlopen (2x 4 uur in de 24 uur) door. Tijdens het wachtlopen staan we om de beurt achter het stuurwiel, houden we de wind in de gaten en noteren in het logboek de afgelegde mijlen en posities op de kaart. Dag in, dag uit.

Stilstaan terwijl je nooit stilstaat. Vandaag was de eerste dag dat de boot vrijwel de gehele dag 'plat' lag. Ineens kon er weer van alles zoals gewoon het trapje op lopen met in de ene hand een kop thee en de andere een boek.
Afgelopen nacht waren we dan ook flink door elkaar geschud toen een dikke wind van zich liet horen en ons het voordek opjoeg om alle riffen in de zeilen te steken en de stormfok op te zetten. Dat betekent zoveel als zo weinig mogelijk zeil opzetten; zeilpak aan, lifeline vast, en op de knietjes naar voren jezelf vastklampend aan de reling. De gewone fok laten zakken en de kleine (storm)fok erop zetten. En dat allemaal terwijl de golven over je heen slaan en het schip continu van de ene golf wordt afgesmeten en de volgende weer opstuitert. Heerlijk.
De hele avond en nacht stortte we van de ene golf de andere in en gierde de wind om onze oren. Met vlagen van windkracht 10 a 11 denderde de Anne Margaretha de nacht door, alsof t niks was. Machtig mooi om dan buiten aan het roer te staan en mee te deinen met het schip alsof je zelf op een surfboard staat en de grootste golven probeert te pakken. En dan ineens tussen dat enorme natuurgeweld een kleine zeehondje dat links van mij tussen de enorme golven van meters hoog de golven in en uit sprong als een jong puppie die een bal uit de lucht hapt.
Of nu de zon schijnt, de zee spiegelglad is of juist golven van 4 meter hoog, zo af en toe komt er vanuit de wereld onder ons ineens iemand boven water een kijkje nemen of met je meezwemmen.

De volgende ochtend bleek de stormfok alweer vervangen voor de gewone fok en was t alsof er niks gebeurt was. Wat ik eerder al noemde, het was een rustige dag op zee.  En nu liggen we te wachten voor de ingang van 'Estrecho de Magallanes' te wachten hangend met een dikke lijn achter een Argentijnse sleepboot die voor anker ligt.  We hebben stroom mee maar windkracht 10 tegen, en dat levert golven op die niet te doen zijn. Dus we hoeven even niks, en wachten rustig het weer af. Geen wacht, een klein glaasje wijn en een boekje in de hand. We staan weer even stil.





3 opmerkingen:

Miron Groot zei

GE-WEl-DIG!

Wat een prachtverhaal.

Juul zei

dank lieve Mier!

Klaske zei

Juul, fantastisch. Ik word er bijna zelf zeeziek van (grapje!). Hele dikke kus.