26 januari 2015

Diesel tanken in Ushuaia

Ik ben eerder met de Anne Margaretha in Rusland geweest, en daar was het diesel tanken al een hele gebeurtenis op zich. Nu verwacht je dat hier in Ushuaia, waar toch regelmatig schepen met passagiers richting Antarctica vertrekken, de zaken iets anders geregeld zijn. Maar niets blijkt minder waar.
tijdens ons tipje 'down south' hebben we stiekem flink wat diesel verstookt. Je kan zeggen wat je wilt, maar zeilen tussen de ijsblokken is geen goed idee. En een rustige Drake betekent dat er geen wind is om je thuis te brengen.

Nu wisten we al van eerdere reizen van Heinz dat diesel halen in Ushuaia heel veel werk is, omdat dat per vat geleverd wordt. Ons doel was dan ook om die ene dag dat we in Puerto Williams lagen, een tankwagen te regelen die ons 3000 liter kon geven. Zo gezegd, zo gedaan zou je denken. Maar helaas. Het enige tankstation (die vooral de marine voorziet van diesel), was al leeg getrokken, en de nieuwe diesel zou pas over 3 dagen geleverd worden.

We konden dus genieten van een vrije dag in Puerto Williams, maar er kwam een extra dag bij in Ushuaia. Het schijnt dat je niet meer dan 2 vaten per persoon per dag (of zoiets) mag bestellen, terwijl wij toch echt 15 vaten nodig hadden (per vat komt 200 l diesel). Nu kan er een hoop als je het niet iedereen laat weten, en dus zouden er op zondagochtend om 6 uur 15 vaten diesel geleverd worden.
Lars (een van de maten) moest uit een stapel vaten die ergens in ene hoekje lag, 15 'goede' vaten uitzoeken. Dus van de 25 onbetrouwbaar uitziende vaten vol met roest en deuken, mocht hij beslissen welke (hopelijk) geen lek hadden.

Zondagochtend om half 9 werden de vaten gevuld en wel uit de vrachtwagen gegooid. Stel je voor: een oud vrachtwagentje op een stoffig terrein van een halfbakken jachtclub naast een container vol oude olievaten. op de grond wordt een oude vrachtwagenband neergelegd waarop één voor één de vaten uit de wagen worden gegooid. Vervolgens mogen wij die vaten stuk voor stuk met een klein karretje over een krakkemikkige steiger naar de boot trekken, zo'n 200m verderop.

Terwijl dit gaande is, komt onze agent naar de boot met de vraag of we iets hebben om een lek in een van de vaten te dichten. uuhhhh...
Gelukkig heeft de chauffeur van de vaten een echt McGuiver oplossing:  Stuk kauwgom en een schroef doen wonderen. Maar wel zorgen dat de kauwgom goed opdroogt, anders werkt t niet. Tuurlijk, had ik zelf aan kunnen denken!

Nu zijn bovenbeschreven avonturen nog tot daaraantoe. Het wordt pas echt een probleem als je met dat vat hobbelend en stuiterend over de steiger loopt, en je er achter komt dat dat ene kauwgompje niet toereikend was. Eén centimeter rechts ervan zie ik een klein stroompje diesel tussen mijn handen doorsijpelen...nog een gaatje.

Terwijl de wind om onze oren waait (windkracht 9) proberen we zo snel mogelijk het vat leeg te tanken. Gelukkig hebben we van de leverancier ook een hele fijn elektrische pomp mogen 'lenen' zodat we niet met de hand de vaten leeg hoeven te pompen. Dit scheelt ons per vat ongeveer 40min werk, reken maar uit.
Met een stuk zeil, doeken en oude lappen probeer ik zo goed en kwaad als het kan de diesel die uit het mini gaatje wil ontsnappen tegen te gaan en ervan te weerhouden in het water te geraken. Het vat is behoorlijk snel leeg, maar eerlijkheid gebied te zeggen dat er echt wel een paar druppeltjes in het water terecht zijn gekomen. Sorry.

Al met al waren er 2 vaten die niet helemaal water- (of diesel-) dicht waren, en was er eentje maar half gevuld. Maar het schip is weer tot de nok toe gevuld. En niet alleen met diesel, ook de voedselvoorraden, het water, de crew en de gasten zijn weer aangevuld.
We kunnen weer op pad! Mijn tweede keer naar het machtige continent. Een boot vol verse enthousiastelingen die nog van niks weten. Frisse blikken op een fris continent. En ik mag het allemaal nog een keer meemaken.


Nu maar hopen dat de Drake zich weer een beetje koest houdt met dit soort winden.

(foto's komen volgende ronde weer...)

21 januari 2015

Einde van de reis

Ik vraag aan Heinz of ik tot de eerste zaling mag klimmen. Een zaling is een soort dwarsverband in de mast waar de verstaging doorheen loopt. De Anne Margaretha heeft er aan de mast van het grootzeil twee. De bezaan mast (de achterste mast van het schip) heeft er slechts één. Soms klim ik erin om mooie foto's te maken of gewoon om van het uitzicht te genieten.

We stevenen af op een smalle doorgang, LeMaire Channel, waar we doorheen willen onderweg naar de Vernatsky basis (Ukraine). Dit zal ons meest zuidelijkste punt zijn waarop we kunnen komen zei het niet dat we voor ons, bij de ingang van de nauwe doorgang, vooral heel veel grote ijsblokken zien liggen.

Ik heb dus een dubbele reden om die mast in te gaan en bovenop de zaling te gaan zitten. Kan ik behalve mooie plaatjes maken, ook meteen zien of er wellicht wél een doorgang is tussen de ijsblokken door die we van een afstand niet kunnen zien.

Ondertussen zie ik door de verrekijker heel ver weg, tussen de pieken van de ijsbergen door, iets wat op een soort mast lijkt. Ik vraag aan Heinz of de Vernatsky basis al in zicht zou kunnen zijn, maar dit is  niet het geval. Dan blijft er maar een ding over, en dat is een schip. Maar een schip biedt goede hoop, dat betekent dat wij er (theoretisch gezien) ook door moeten kunnen. We roepen het schip op en vragen hoe de ijssituatie verderop in het kanaal is. Ze vertellen ons dat het verderop prima te doen is en dat er vooral in het begin veel ijs ligt. Dus wij vervolgen onze weg.

LeMaire channel is een smal kanaal met links en rechts gletsjers die hoog boven ons uit torenen  In de sneeuw zie je smalle zogeheten snelwegen; routes door de sneeuw die pinguïns altijd volgen om van A naar B te komen en die lange bruinige strepen achterlaten in de metersdikke sneeuw.  Behalve enorme ijsformaties zijn het ook kleine ijsblokken die onze weg versperren en waar we met gepaste snelheid omheen manouvreren. Vlak nadat ik het roer van Heinz heb overgenomen zie ik in de verte een walvis een soort koprol uit het water maken. Dit is echt té bizar. Om ons heen springen pinguïns blokjes ijs op en af (jawel, net als in de film) en zwemmen in grote getale om de boot heen. Waar zijn we beland??? Elke dag leken we een ander wonderland binnen te varen, maar wat mij betreft is dit toch wel van de overtreffende trap.

De zaling mag ik uiteindelijk niet op, want de radar staat aan. De radar hangt aan de bezaan mast op dezelfde hoogte als de eerste zaling van de grote mast. Met de radar kan je, behalve kustlijnen en andere schepen, ook goed zien waar grote ijsblokken drijven. Maar de radar werkt als een soort enorme grote magnetron en die staat op het moment aan. Ik mag dus niet de mast in en op de eerste zaling van het uitzicht gaan genieten en mooie plaatjes maken. Als ik dat zou doen is het net alsof ik in een magnetron ga zitten.

Dus ik bewonder vanaf het dek dit magische landschap. Net zo lang totdat het ijs zo dicht opeen pakt dat zelf Heinz geen uitzicht meer ziet. Het enige wat we nu nog zien is pakijs, links, rechts, achter en voor. De blokjes die we tot op dat moment nog konden wegduwen vanaf de boeg zijn nu echt te veel te groot. Zuidelijker komen we niet, dit is ons 'einde'.

Op de weg terug richting de Drake passage zien we nóg meer walvissen, zee-luipaarden en pinguïns. Zelfs een orka familie zwemt langs het schip. Onze laatste ankerplek leek even heel idyllisch maar de gedachte dat we alleen waren hier in het Antarctisch landschap werd ook onze laatste dag nog even teniet gedaan door een ander zeilschip wat naast ons zijn anker liet vallen.



Voordat we weer de overtocht over de Drake Passage begonnen, konden we nog één dag genieten van buitenspelen. We bezochten met de dinghy een verlaten Argentijnse basis waar nog wel een hut was met heel veel voorraden; voor als je ingevroren raakt en moet overwinteren. 4 bedden, een kachel, zakken meel, zakken snoepgoed, oregano om de boel een beetje op te leuken en welgeteld twee Argentijnse magazines. Gelukkig konden wij gewoon weer in de dinghy stappen en terug naar de boot varen.


Iedereen was weer een beetje huiverig voor de oversteek en bereidde zich op alle mogelijke manieren voor op zeeziekte. Alle middelen en tactieken werden besproken. Geen alcohol en koffie de dag ervoor,  pilletje dit, pilletje dat, op bed gaan liggen of juist buiten blijven staan. Welke koekjes zijn beter, zout of zoet en hoeveel appels kunnen we nog verdelen? Ach, het was allemaal overbodig. De eerste dag zaten we met zijn allen te scrabbelen onderin het schip, aten we pompoensoep en was iedereen blij. De Drake was ons gunstig gezind. Het zeilen stelde niet veel voor, want een rustige Drake betekent ook heel rustig weer en vrijwel geen wind. Maar je hoorde niemand klagen.
Na 4 dagen op zee kregen we Kaap Hoorn in zicht en werden we verwelkomd door rondspringende dolfijnen en grote groepen albatrossen. We waren weer bij land...

De eerste landing was bij Puerto Toro (Chili), het zuidelijkste dorp van Chili, trouwens, van de wereld waarschijnlijk. Maar het is hier zomervakantie dus de paar honderd man die hier doorgaans wonen, waren niet thuis.

De volgende dag voeren we door naar Puerto Williams (ook Chili). Een iets groter dorp met winkeltjes en restaurantjes. In de haven ligt het vol met grotere en kleinere bootjes die naar Antarctica afreizen en net als in Ushuaia kijk je je ogen uit naar de inventiviteit die sommige schippers hebben om hun schepen klaar te maken voor de (doorgaans) woeste Drake passage en moeilijke landingen in Patagonia en Antarctica.  Naast alle apparatuur die je nodig hebt zoals een radar, epirb, AIS en wat al niet meer, moet je ook lijnen hebben die minstens honderd meter lang zijn (voor moeilijke ankerplekken), stormzeilen (voor de woeste zeeën) en genoeg water en diesel mee kunnen nemen (voor als de zee niet zo woest is en je toch vooruit wilt komen).
Suus (een van de maten) viel het vooral op, bij het zien van de andere schepen, hoe extreem veilig de Anne Margaretha is. Bij ons kan je tenminste tijdens een storm tegen de reling aanhangen zonder er meteen overheen of zelfs doorheen te vallen.

Na een dagje flaneren in Puerto Williams en een enerverend dinertje met alle gasten in 'het zuidelijkste restaurantje ter wereld', togen we op 16 januari richting Ushuaia, nog 20 mijl van Puerto Williams vandaan. En dat ging niet vanzelf.
Met windkracht 10 tegen, iedereen zeeziek, golven die tot in de kuip over de stuurhut sloegen en al kruisend  probeerden we zo goed en kwaad als het ging er toch te komen. Heinz heeft af en toe overwogen terug te keren. Maar gelukkig lukte het toch en kwamen we aan het begin van de avond aan. En heftig laatste dagje op het water, maar het liet ook zien hoe de overtocht van en naar Antarctica ook zou kúnnen zijn.

Laten we hopen dat de Drake zich ook de volgende reis rustig houdt....

18 januari 2015

Schipperen op de Anne Margaretha

Enterprise Island, Antarctica
4 december 2014

15 man op 22 m lengte en 5,5m breedte. Een bedje van 80 cm breed en hoog, een salon waar we net niet met zijn allen inpassen en 24 dagen schommelend tussen de ijsbergen door. De eieren, appels en boter zijn geteld en op rantsoen. Dat is een beetje de situatie waar we ons in bevinden.

Maar al dit maakt ons verre van ongelukkig.
Tuurlijk wil je wel eens een eigen plekje hebben waar je heel even kan zitten zonder dat er iemand tegen je aan leunt omdat er simpelweg niet meer ruimte is. Of dat momentje even voor jezelf, met niemand om je heen, slechts de stilte. Alleen aan tafel zitten. Je eigen muziek heel hard door de boxen laten schallen en dan heel hard dansen (op tafel desnoods). Of al het fruit eten wat je in huis hebt en met niemand rekening te hoeven houden. Languit op de bank liggen en overal je rotzooi laten liggen.....
Dat soort momenten mis ik wel eens.

Maar wederom, hier zijn we verre van ongelukkig. 15 man onbekend van elkaar, bij een ander geplaatst en voor 4 weken aan elkaar over geleverd. De eerste week zoekt iedereen zijn  plek binnen de groep. Uiteindelijk vind je je weg, je danst om elkaar heen en af en toe met elkaar. Je zoekt je eigen plekje dat moment dat de zon schijnt buiten op het dek. Je hoort de stilte tijdens dat uurtje dat je ankerwacht hebt en iedereen ligt te slapen.  En je verheugt je op t  moment dat we weer aan wal zijn, de supermarkten om de hoek is en je 3 kilo fruit kan kopen en dat allemaal helemaal alleen kan opeten...

Het uitzicht van de allereerste ochtend op Antarctica (officieel nog de South Shetland Islands) was die van de Hurtigruten, een cruiseschip uit Noorwegen.  Dat was even gek; denk je aan de andere kant van de wereld te zijn, zie je 400 man in diverse dinghy’s (kleine rubberboot)  in- en uitgeladen worden en over dat heel uitzonderlijke Antarctische eilandje tussen de pinguïns lopen. Maar de afgelopen dagen hebben we welgeteld 2 jachten en 4 cruiseboten gezien, dus uiteindelijk valt t allemaal wel mee.

En ondertussen...ondertussen varen door een gebied waar geen woorden voor zijn, waar geen foto gemaakt van kan worden. Het is hier simpelweg onbeschrijfelijk mooi.
De magie van besneeuwde bergtoppen, gletsjers waar het ijs van af kalft en met veel gedonder de zee in stort, een uitzicht waar je u tegen zegt. We varen tussen ijsbergen door die vanuit elke hoek weer iets anders voorstellen. Eerst lijkt het op een draak, maar varen we er omheen zie je ineens het Sydney opera house.
Varend in de dinghy zwemmen Gentoo pinguïns om ons heen en geloof me, elke pinguïn die als een ballonnetje boven water springt om er gracieus weer in te duiken maakt je blij.

Op het land kunnen we de pinguïns nog beter bestuderen en is het een feest om ze te zien wandelen, duikelen, glijden en stuntelen. Heel soms komt er eentje nieuwsgierig jou kant op gescharreld en blijft vertwijfeld op gepaste afstand staan, maar toch zó dichtbij. De zeeleeuwen, -olifanten, krabbeneters en weddel zeehonden liggen languit op t strand en trekken zich weinig van ons aan. In het waar ze van kunnen smullen. Deze nadrukkelijke aanwezigheid van het dierenleven is in groot contrast met dat op Spitsbergen.

We ankeren in baaien tussen de gletsjers of aan een wrak van een oud walvisschip welke al bijna 80 jaar gestrand in een baai ligt. We maken wandelingetjes aan land daar waar de sneeuw het toelaat en scharrelen met de dinghy langs de kustlijn op zoek naar het Antarctische dierenleven. In de tussentijd zorgen we voor eten, bakken brood en lezen af en toe een boekje.

Zestig mijl in de verte (op een heldere dag; bijna 100 km ver) zie je het vaste land liggen als een magische witte rand aan de horizon.  We varen van baai naar baai. Op het programma staan nog wat bezoekjes aan diverse onderzoeksstations en blijven we door de verrekijker turen op zoek naar orka's en walvissen.


We moeten aan boord een beetje om elkaar heen manoeuvreren, maar ik denk dat iedereen het met me eens is dat dat echt in schril contrast staat met het gebied waar we met Anne Margaretha doorheen manoeuvreren. Antarctica is echt wonderland.

15 januari 2015

Het vliegtuig of een raketje

Drake Passage.
28 december 2014

Zeilen is eigenlijk een rare manier om je van A naar B te verplaatsen. En ik zal je uitleggen waarom. Woensdag 24 december vertrokken we voor onze tocht naar Antarctica. Daar waar de pinguïns keizer zijn en de walvissen ontelbaar, daar waar ijsformaties groter zijn dan welke mast ook, het enige continent vrijwel geheel bedekt met sneeuw en ijs.

Het schijnt echt heel erg indrukwekkend te zijn, dat Antarctisch gebied. Maar om heel eerlijk te zijn, zou ik nu liever in een café in het bruisende Ushuaia zitten dan hier typend achter mijn laptop in de salon van de Anne Margaretha. En dat heeft niks met Antarctica te maken, maar met het zeilen er naartoe. Ik zal heel eerlijk zijn, ik ben gewoon niet zo'n held met zeegang.
De eerste reis spendeerde ik de eerste twee dagen voornamelijk in mijn bed. Ik kwam natuurlijk net van land, dus dat ik er even in moest komen was niet verwonderlijk.
Maar na 4 weken aan boord zou ik toch echt al een beetje ingeschommeld moeten zijn. Of hebben die 5 dagen aan wal in Ushuaia mijn zeebenen weer totaal teniet gedaan? Al met al begon het spelletje gewoon weer van voren af aan.
Eerste kerstdag spenderen we in de baai van Estançia Harberton, een boerderij aan de kust langs het Beagle kanaal. Iedereen kon een wandeling maken, nog even de benen strekken en een kijkje nemen door de ramen van het museum aldaar (welke uiteraard dicht was op eerste kerstdag).
De 26e varen we via het Beagle kanaal richting Drake passage. Aan het einde van de middag varen we het kanaal uit en worden de golven aanzienlijk groter en neemt de zeegang toe. Ik lig nog in bed als ik eruit wordt gehaald om te helpen de stormfok op de te zetten. Windkracht 10 is net een krachtje teveel voor de gewone zeilen.  Stormfok op, alle riffen in de zeilen, motor bij om ons net dat extra duwtje door de golven te geven, koers naar Antarctica. En daarna weer terug op bed.

Om 4 uur begint mijn wacht. Als ik bij het ochtendgloren mijn bed uitrol, 3 lagen thermo ondergoed aantrek en mezelf op wonderbaarlijke wijze, al stuiterend door mijn hut mijn zeilpak in-hijs, vind ik in de stuurhut niemand anders dan de kapitein. De rest van mijn wacht (3 van de gasten aan boord) komen hun bed niet uit. Iedereen ligt plat. Heel soms komt er iemand richting stuurhut geschuifeld met een emmertje onder de arm. Maar meer dan hun emmertje legen kunnen we op dat moment niet voor ze doen. Als ze weer een uitgewassen emmertje terug krijgen, schuifelen ze weer terug richting hun hut en hun bed, want horizontaal liggen is op dat soort momenten gewoon het beste.
ondanks dat ook ik het liefste plat ga, kunnen we niet met zijn allen in bed gaan liggen, want dan komen we er nooit. Gelukkig leer ik ondertussen mijn zeeziekte aardig goed kennen en lukt het me heel goed om mijn 'reling momentjes' tussen de stuurbeurten door te timen. Alles komt er uit, alleen komt er echt niks meer in, zelfs een eenvoudig crackertje staat me tegen.
Vier uur op, acht uur af staan gelijk aan vier uur sturen (half uur op, half uur af) en acht uur op bed liggen, dag in dag uit. Na 24 uur niks meer te hebben gegeten, ben ik het zat. Ik besluit toch maar een zogenoemd 'raketje' aan de kapitein te vragen. Geen idee wat erin zit, maar het helpt wel. Na nog een paar uurtjes dutten voel ik me ineens de koning te rijk.


Het vervelende van dit alles is, dat op het moment dat je in die mooie baai voor anker ligt, eindelijk dat langverwachte land ziet of je tussen de pinguïns begeeft, je alles spontaan vergeten bent . Je leest het in vrijwel alle boeken die een zeilavontuur beschrijven. Ben je op zee wil je niets liever dan aan land zijn, ben je aan land verlang je terug naar die eindeloze, continu deinende zee. Ik zie het nu nog niet zo, maar over 2 dagen is hopelijk alles anders. Je vraagt je soms af waarom je niet gewoon het vliegtuig neemt...