24 februari 2015

Natuur zoals natuur bedoeld is

Antarctica. 05.02.2015
(Een klein relaas over mens en natuur)
Wij zitten dus hier, tussen de ijsbergen en de walvissen en de bewoonde wereld staat op het moment heel ver weg van ons. En het is echt heel bijzonder dat ik hier mag zijn, en ik moet mezelf er soms aan herinneren dat dat zo is. Zeker zo'n tweede keer wordt het bijna een vanzelfsprekendheid dat we hier ronddobberen. Maar dat is het absoluut niet.

Walvissen in Wilhelmina Bay
Toen we twee dagen geleden op bezoek waren bij een Spaans station op Deception Island, werd ik weer even met mijn neus op de feiten gedrukt. Deception Island is een krater van een enorme vulkaan. Aan de zuidkant van de kilometers lange krater bevind zich een kleine opening. Al decennialang wordt deze krater gebruikt als beschutte plek die de stormen buiten houdt. Begin 20e eeuw werden hier honderden, zelfs duizenden walvissen naar een walvisfabriek gesleept die gevangen waren genomen door walvisvaarders van over de hele wereld. De walvisvangst was in die tijd groot, en het 'blubber' van de walvis erg waardevol waardoor in deze regio bijna de gehele populatie bultrug walvissen is opgevist. 

Gelukkig heeft laatstgenoemde zich weer voldoende kunnen herstellen en is het oude walvisstation, nadat de Engelse er in de jaren '60 nog wetenschappelijk onderzoek hebben gedaan, verworden tot een half in elkaar gestorte, roestige herinnering aan vervlogen tijden.

Hier in de krater van Decption Island zijn op het moment nog twee centra. Een van de Spanjaarden en een van de Argentijnen. Wetenschappers en militairen doen hier voornamelijk wetenschappelijk onderzoek. In de noordwestelijke hoek lig een hele kleine mini baai waar wij beschut tegen wind en weer voor anker kunnen (alhoewel ankeren in een laag vulkanische as niet aan te raden is) en aan de noord-oostkant is een baai waar je heerlijk in warm zwavelwater kan zwemmen. Genoeg te doen dus!

Voordat we verder varen naar het zuiden, brengen we nog snel een bezoekje aan de Spanjaarden. Op de basis 'Gabriel de Castilla' zitten elk jaar zo'n 12 militairen tezamen met enkele wetenschappers. Die militairen mogen 1x in hun leven naar Antarctica en worden uitgekozen uit 250 sollicitanten. De uitverkorenen mogen 3 maanden op Deception Island zitten. Een bijzondere plek, maar wel één waar slechts een enkele keer de zon schijnt en je omgeven bent door vulkanische as. Geen gletsjers, ijsbergen of walvissen in de directe omgeving. Toch is het voor hun allen een droom om daar te zitten.

Wij komen langs op de koffie, krijgen een rondleiding over de basis en vertellen over onze plannen voor de komende weken. Hoe we verder naar het zuiden zullen varen, op zoek naar ijsbergen, walvissen en pinguïn kolonies. Die Spaanse jongens zitten alleen maar op Deception Island in hun kamp.  Zij komen niet op de magische plekken die wij straks aandoen zoals Paradise Harbour en Enterprise Bay of LeMaire Channel. En toch zijn ze bevoorrecht, en ik misschien nog wel meer.

'Zwemmen' op Deception Island
Antarctica is een van de laatste plekken op aarde waar de natuur nog natuur mag zijn. Het feit dat wij hier ronddobberen doet de natuur uiteindelijk eerder kwaad dan goed. Elke menselijke interactie met de natuur interfereert met de natuur, hoe dan ook. Ondanks de vele richtlijnen waar we ons aan moeten houden volgens de IAATO (International Association of Antarctica Tour Operators) , storen we de pinguïns als we een mooie close-up foto nemen, worden zeeleeuwen wakker van onze aanwezigheid en laten we, hoe klein ook, sporen achter.
Maar je kan niet zómaar met je bootje naar Antarctica. Iedereen die deze kant op wil is minstens een half jaar bezig met het verkrijgen van de juiste papieren en toestemming om in dit gebied te varen.  Voordat we aan land gaan worden onze kleren met de stofzuiger schoon gezogen en dompelen we onze schoenen in een desinfecteerbadje. Al ons afval gaat weer met ons mee naar het noorden en niets van land, zelf geen kiezelsteentje, mag weer mee aan boord.
Al in 1960 zijn er afspraken gemaakt tussen verschillende landen, over het wel en wee van dit zuidelijkste continent; de Antarctic Treaty. Deze overeenkomst is bijzonder in zijn   soort en heeft als grondgedachte het behouden van een plek op aarde waar de natuur nog de natuur kan zijn. De Treaty is een overeenkomst over de rust en regels in het gebruik van het Antarctisch continent. Zo mag er niets anders dan wetenschappelijk onderzoek worden gedaan en wordt toerisme goed in de gaten gehouden en gecontroleerd.  Slechts een beperkt aantal cruiseschepen is hier toegestaan en een nog kleiner aantal toeristen mag in één keer aan land.

Soms weet ik niet zo goed of het nu juist goed is of niet dat we hier rondvaren. Het is absoluut een extreem bijzondere ervaring. Zonet bijvoorbeeld; al manoeuvrerend tussen de ijsbergen door worden we ineens omgeven door bultrugwalvissen. Terwijl links van ons drie van hun gracieus naar beneden duiken en hun staart laten zien, horen we ineens voor de boeg een luid geblaas en duikt er een op die aan het vissen is. We kunnen ze bijna aanraken en gedurende twee uur dobberen we in de zon omgeven door dit  natuurgeweld.
Dat we hier rondvaren heeft zeker (een kleine) impact op de natuur. Maar het kleinschalige eco-toerisme waar wij ons onder scharen, opent ook mijn ogen alsmede die van de gasten die met ons mee zijn. En juist die ogen en de verhalen die we vertellen, kunnen het belang van natuur op deze wereld in het algemeen, en een gebied als Antarctica in het bijzonder, overdragen aan deze en gene die niet zo bevoorrecht zijn om hier rond te kunnen dwalen.


16 februari 2015

kleine pinguïns worden groot.


Kleine pinguïns worden groot. Het seizoen is hier maar kort, en in de paar weken dat ik hier met de Anne Margaretha rondscharrel, zie ik pinguïns op het ei, mini pinguïns net uit het ei, iets grotere pinguïns die hun moeder achterna lopen en nog grotere die met hun andere vriendjes in de crèche zitten.

Pinguïns zijn echt hilarisch. Wij hebben drie soorten gezien, magalaan (in Patagonia), gentoo en chinstrap pinguïns. Het voordeel van twee keer naar Antarctica is dat je ook verschillende seizoenen meemaakt. De seizoenen vliegen hier iets sneller voorbij dan thuis. Aangezien de winter nogal koud is en heel lang duurt, gebeurt alles binnen de drie zomermaanden december, januari en februari.

De eerste keer dat ik met (chinstrap) pinguïns werd geconfronteerd waggelden en gleden ze op hun buiken nog door de sneeuw. Heel onhandig ziet dat eruit, die mini vleugels waar je niks mee lijkt te kunnen. Maar het schijnt toch echt een functie te hebben, vooral als ze zwemmen. Als ze lopen, dan vallen ze een beetje van links naar rechts, als een pendulum, wat dan weer energie bespaart die ze in die koude wintermaanden goed kunnen gebruiken.
Toch ziet het er allemaal heel erg grappig uit. Ze kunnen je ook echt zo aankijken...



Iets zuidelijker tijdens de eerste Antarctica reis zagen we ook al (gentoo) pinguïns op het nest. Sommigen hadden zelf al hele kleine kuikens. Donzige balletjes die onder de buik van moeders uitstaken (of vaders, zo ervaren ben ik nog niet dat ik dat onderscheid kan zien).  De nesten zijn gemaakt van kleine steentjes die ze vooral van elkaar afpakken. Zo pikte twee pinguïns doodleuk van een derde, die op een nest lag, de steentjes onder haar buik vandaan. En terwijl ze de ene probeerde af te poeieren, pakte de andere van de andere kant weer een steentje...

Nu, vier weken later zijn de kleine kuikens groot geworden en alle eieren uitgebroed. De donzige balletjes zijn nu donzige mini pinguïns die achter hun moeder (of vader) aanhollen. Ze krijgen van hun ouders van ver uit de keel een hapje eten, fijngemalen krill die eerst in de buik van moeders goed verteerd is.  Sommige liggen ergens in de modder alsof ze net zijn gevloerd door een van hun vriendjes, anderen hobbelen achter elkaar aan. Maar de natuur laat zich hier gelden en af en toe moet een kleine pinguïn het opnemen tegen de Skua, een vogel 3x zo groot en een die het gevecht altijd wint en zo zijn maaltje bijeen scharrelt. Au. Hoort erbij...

Het is ongelofelijk te zien hoe ze tijdens een storm met windvlagen van 11/12 bft bovenop de rots blijven staan. Terwijl wij het schip veilig leggen met extra lijnen waardoor we uiteindelijk in een web van 8 lijnen verankerd liggen (weer een ander verhaal), staan de pinguïns bovenop de berg met hun rug naar de wind, langzaam verdwijnend onder een laagje sneeuw.
Ongeveer 60 % van de jonkies overleeft hun eerste jaar, daarna moeten ze de winter op Antarctica zien te overleven en begint het hele riedeltje weer opnieuw.
you gotta love the pinguïns.


14 februari 2015

de hele wereld tezamen


Een paar Hollanders, twee Duitsers, een Taiwanees (woonachtig in de US), een Thai (ook wonende in de US), een Russin, een Australische, en een Britse. Bijna alle continenten zijn op de een of andere manier hier aan boord vertegenwoordigd, en met zijn allen varen we naar het zevende continent. Daar waar niemand woont.

Het is een bont gezelschap. Onze Taiwanese heeft haar hele tas volgestouwd met allerhande zaken waarvan ze dacht niet zonder te kunnen. Échte sojasaus, Chinese groene thee, noodles, vispoeder, Chinese poederontbijt, chocoladerepen en natuurlijk ook een paar appels en bananen. Je weet immers nooit wat wij je op zo een schip te eten krijgt. De Australische die ondertussen al vele jaren in de UK woont spreekt iedereen nog immer aan met 'mate'; "oh, no worries mate". De Britse had alleen haar 'Wellingtons' (Brits voor kaplaars) mee en kocht vlak voor vertrek nog een paar fel roze crocs (van die 'huis'-sandalen) die precies bij haar outfit paste. Ondertussen was ze wel een van de weinige die gedurende de hele reis, terwijl de golven over de stuurhut sloegen paraat tijdens de wachturen, dag en nacht. Iemand anders die nooit ontbrak was de Thai, een vriend van de Taiwanese. Ook hij was altijd aanwezig en sloeg geen wacht over.  Hij had voor het eerst in 2 jaar vakantie en energie te over.
De Russin zou het liefst elke avond aardappelen eten en een stukje zwemmen in de ijskoude zee. Dat wij die ene keer op Antarctica slechts één keer in het water doken en er meteen weer uitsprongen leek ze maar belachelijk te vinden. Veel te kort. Toch heb ik haar toen niet nóg een keer het water in zien gaan.
De Duitsers zijn zoals ze altijd zijn, pünktlich. Die hoor je niet klagen en doen wat er gedaan moet worden. De Hollanders....ja, wat zal ik daar een over zeggen. De Hollandse gasten vonden het toch een beetje zwaar op zee, maar daar heb ik zelf ook wel eens last van. Het grote verschil is dat ik wel gewoon mijn wachten moet draaien en zij 'lekker' in hun bed mogen blijven liggen. Ik geef ze geen ongelijk. 

Al met al zijn we met zijn allen op pad en het is heel leuk om met zoveel verschillende culturele achtergronden op pad te zijn. De pindakaas krijgt een heel andere betekenis en er het is maar net wat je van huis uit gewend bent om te eten. Nederlandse pap lijkt helemaal niet op de Taiwanese pap en ook brood blijkt toch wel heel erg Hollands. Olijven en vis bij het ontbijt zijn geen uitzondering en er verschijnt zelf een keer een soort van Engels ontbijt. Iedereen brengt zijn eigen culturele achtergrond mee en zo leren we ook van elkaar. Altijd maar die Hollandse nuchterheid aan boord gaat uiteindelijk ook vervelen.